Goed boek over de tango:
Tango, de bewogen geschiedenis van een dans, Arne Birkenstock & Helena Rüegg
De Arbeiderspers ISBN 90 2950428 5
In de tangosalons worden naast de tango de verwante vals en milonga gedanst. De basispas en de figuren van deze drie Argentijnse dansen zijn vrijwel identiek. Daarom worden ze hier bij elkaar besproken, met veel nadruk op de tango. De in 2002 bekroonde CD 'Tangos, valses y milongas' van Opus Cuatro bevat alle drie de ritmes. Daarnaast worden de andere ritmes uit het gebied van de Río de la Plata besproken: de candombe en de murga.
Een combinatie van
zang, dans, muziek en poëzie, zo beschrijft tangokenner J.
Alberto Mariñas de tango.
In de verschillende periodes van de geschiedenis van de tango
hadden deze aspecten een verschillende nadruk, maar altijd werd
de tango geassocieerd met liefde en passie én met het
nachtleven.
De geschiedenis van de tangomuziek
Het begin: dans
(schilderij Yvonne Cools)
De tango is ontstaan in de grote steden rond de Río de la Plata,
in Buenos Aires (Argentinië) en Montevideo (Uruguay). Vanaf 1880
werden deze steden overspoeld met immigranten uit Italië, Spanje
en andere Europese landen. Er vormde zich een vreemde samenleving
van gelukzoekers: arme sloebers, die hun land ontvlucht waren,
vrijwel allemaal mannen. Op een bepaald moment bestond de
bevolking van Buenos Aires voor 70% uit mannen! In de
woonkazernes, de kroegen en de bordelen vermengden de
verschillende muziekstijlen van de immigranten en de lokale
bevolking van gaucho's, negers en Cubanen.
De habanera van de Cubanen vormde de basis.
Uit de candombe van de zwarte bevolking stamt het dansen waarbij
je je meer op de percussie dan op de melodie richt. Daarbij de
muziek van de Europeanen en de milonga
van de gauchos, die vanuit het binnenland van Argentinië
naar de stad trokken. Zo ontstond de vroege tango: een bekende
melodie met een ander ritme erachter. De muziek werd gespeeld met
de instrumenten die voor handen waren: viool, fluit en gitaar.
Instrumenten uit het land van herkomst. De fluit werd rond 1900
vervangen door de bandoneón.
In deze periode was de dans het belangrijkste
aspect van de tango: meer fysiek
gedanst dan andere dansen en
daardoor buiten de fatsoensnormen van rond 1900.
De teksten pasten uiteraard bij het milieu waarin ze ontstonden en waren soms uitgesproken grof. Daardoor heeft het lang geduurd voor de tango geaccepteerd werd door de hogere sociale klassen in Argentinië.
De oorsprong van de naam tango is onzeker. Misschien uit Spanje, misschien uit Afrika, of misschien zelfs van het woord tambor(trom), dat door de Afrikanen niet goed uitgesproken zou kunnen worden.
vroege tango
El choclo (oorspronkelijk uit 1903), hier met alleen percussiebegeleiding, gezongen door Javier Rodríguez, percussie Daniel Morcos.
Carlos
Gardel: zang en poëzie
In de periode tussen de wereldoorlogen kwam de tango tot
grote bloei, ook in Europa. Waarschijnlijk nam de rijke
Argentijnse jeugd, die de tango leerde kennen bij het uitgaan in
de achterbuurten van Buenos Aires, de tango mee naar Parijs.
Verreweg de belangrijkste
tango-zanger en -componist uit die tijd was
Carlos Gardel. Gardel werd in 1890
in Frankrijk geboren, maar emigreerde op tweejarige leeftijd naar
Buenos Aires. Daar ontdekte hij in 1917 de tango en bracht de
stijl tot ongekende populariteit. Enkele van de vele bekende
tango's van Carlos Gardel zijn Mi Buenos Aires querido, El
día que me quieras en Volver.
De tango stond voor de jammerklacht van de bedrogen
man. Toen Gardel op een terras in Europa eens vertelde dat
hij zich bezig hield met de tango vroeg de meelevende luisteraar
hem direct hoe lang het geleden was dat zijn vrouw hem dan
verlaten had.
Gardel maakte een aantal films, o.a. in de Verenigde Staten,
waarin hij veel van zijn liederen zong. Op 45-jarige leeftijd
kwam de man met de glimlach om bij een
vliegtuigongeluk in Colombia, heel Argentinië in diepe rouw
achterlatend.
Gardel zong zijn tangos graag met gitaarbegeleiding. In de tangosalons speelden in die tijd de tangosextetten, zonder zang. Later breidden die uit tot het orquesta típica met vier of vijf bandoneons, violen, altviool, cello, contrabas en piano. Aníbal Troilo, één van de meest begaafde bandoneonisten ooit, gaf als eerste de stem een rol in het orquesta típica, min of meer als extra instrument..
tango's van 1925 tot 1945
Piazzolla:
muziek
In de loop van de twintigste eeuw ontwikkelde de tango
zich verder: de teksten gingen ook over andere zaken dan
liefdesbedrog, al was het onderwerp zelden erg vrolijk.
Belangrijker echter was de ontwikkeling van de muziek.
Bandoneonist
Osvaldo Pugliese begon al tussen de wereldoorlogen
te experimenteren met nieuwe vormen in de tango. Andere grote
namen in deze traditie zijn Osvaldo Ruggiero, Emilio Balcarce en
Julian Plaza, die deel uitmaakten van het in 1968 opgerichte
Sexteto Tango. Pugliese doceerde aan het eind van de 20ste eeuw
nog op hoogbejaarde leeftijd aan het Conservatorium van
Rotterdam.
De grootste bijdrage aan de
erkenning van de tango als klassieke muziekstijl is
ongetwijfeld geleverd door Astor Piazzolla (1921-1992), de
componist van het inmiddels in Nederland overbekende Adiós Nonino. Vanaf 1930 speelde hij bandoneón. Al heel jong, aan het
einde van de dertiger jaren, werkte hij samen met Gardel voor de
film El día que me quieras. In de vijftiger jaren kreeg
hij de kans om in Parijs te studeren. Dat maakte het hem mogelijk
de tango als muziek verder te ontwikkelen. Hij kreeg hiervoor
aanvankelijk weinig waardering, ook niet in Argentinië. In 1968 componeerde
Piazzolla de tango-operette María de Buenos Aires met een libretto van
Horacio Ferrer.
Rond 1970 kwam de doorbraak met de Balada para un loco.
Kort daarna opende het prestigieuze Teatro Colón zijn deuren
voor Piazzolla en de tango, waarmee de tango definitief als
klassieke muziekstijl erkend werd. Zijn laatste album Five
Tango Sensations stond een jaar lang bovenaan de toptien van
klassieke platen.
tango's van Piazolla:
Libertango door Opus Cuatro
Adiós Nonino door Opus Cuatro
Neotango:
het experiment
Rond het begin van deze eeuw deed de neotango zijn intrede: experimentele muziek
veelal op basis van de erfenis van Piazzolla. Het
Gotan Project
bracht in 2001 zijn eerste CD uit met een combinatie van tango en elektronische
muziek. De geschiedenis herhaalde zich: er werd door velen schande gesproken
over deze 'verkrachting van de tango', maar één van de nummers werd een hit en
al snel volgde navolging én perfectionering. De
Bajofondo Tango Club
en ook
Carlos Libedinsky met zijn Narcotango zijn inmiddels gerespecteerde
namen in de combinatie van rock en tango.
Uiteraard ontwikkelde ook de dans zich
verder. In de wijk San Telmo is de oude straattango nog
heel populair, maar in tangosalons kun je
hoogstandjes van moderne tango zien. Eind 2000 presenteerde
tangochoreograaf en danser Juan Carlos Copes ter gelegenheid van
zijn 50-jarig jubileum een show waarin hij een overzicht gaf van
50 jaar tango. Voor mij was het hoogtepunt van de avond het
moment waarop, in de entourage van de jaren 60 en op de in die
tijd alles overheersende popmuziek, tussen alle overige paren die
de toen populaire dansen uitvoerden, één paar met een
indrukwekkende intensiteit de tango bleef dansen. Hierdoor werd
in een scène uitgedrukt: de tango is onverwoestbaar en van alle
tijden.
Tango
in Nederland
In Nederland is de Argentijnse tango als dans de laatste
jaren steeds populairder geworden. In veel plaatsen bestaan
speciale tangoscholen (veel adressen vind je op de website van de
Academia
de Tango in Amsterdam). Veel tangoscholen organiseren open
salons waar iedereen kan komen dansen die de grondbeginselen van
de tango, de vals en de milonga beheerst. Een agenda van
tangosalons in Nederland vind je op de site Tango in Nederland.
Ook op gangbare dansscholen kun je naast de Europese tango steeds
vaker de originele Argentijnse tango aanleren. Er bestaat zelfs
een Nederlands tangotijdschrift: La Cadena.
Het half Nederlandse danspaar
Ricardo el holandés en
Rotraut Rumbaum heeft internationale faam opgebouwd en wordt ook
binnen Argentinië tot de top van de tango gerekend.![]()
Het eind jaren tachtig door Carel Kraayenhof opgerichte Sexteto Canyengue heeft de tango als muziekvorm verder in Nederland verspreid. Tijdens het huwelijk van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima speelde Carel Kraayenhof een prachtig aangepaste versie van Piazzolla's Adiós Nonino.
Sinds 1993 heeft het Conservatorium van Rotterdam een leerstoel Tango. De bovengenoemde Osvaldo Pugliese doceerde hier. Studenten van de vakgroep vormen het regelmatig optredende Orquesta Tanguera de Rotterdam Integrada por Alumnos (O.T.R.A.). Meer informatie over tango in Nederland via onze links.
Koormuziek
Er zijn twee tangomissen voor koor gecomponeerd: door
Luís Bacalov
(Misa Tango) en door Martín Palmeri (Misa
a Buenos Aires, Misa Tango). Een aantal dirigenten heeft tangomuziek voor
koor gearrangeerd.
De milonga is oorspronkelijk een ritme van de gaucho's van de Pampa: de milonga campera of milonga sureña. Het was een vrij langzaam, wat melancholiek ritme, meestal gespeeld met een gitaar. In Buenos Aires kreeg de milonga een heel ander karakter. Daar werd het het 'snelle broertje van de tango', de milonga urbana (stadsmilonga), meestal uitgesproken vrolijk. Er kunnen daardoor wat snellere dansfiguren op gebruikt worden. In het noordoostelijke rivierengebied ontstond de milonga litoral, waar Midden-Europese invloeden in te herkennen zijn, net als in de meeste ritmes uit de Litoral. Het woord milonga wordt ook gebruikt om een tango-dansavondje mee aan te duiden.
Como yo lo siento, milonga campera van Rodríguez Castillo, gezongen door Eduardo Falú.
Milonga sentimental, milonga urbana van H. Manzi en S. Piana, door Javier Rodríguez.
La Entramada, aire de milonga, instrumentaal, gecomponeerd en gespeeld door La Trama
De vals, of simpelweg: de wals, heeft zijn oorsprong in de Europese wals. Hij wordt in heel Zuid-Amerika gebruikt en heeft daar zijn eigen, wat pittiger, kleur gekregen. Ook de wals heeft zijn speciale figuren, maar de basispas is, net als bij de milonga, gelijk aan die van de tango.
vals
De candombe is één van de
belangrijkste voorlopers van de tango. De
oorsprong van de candombe ligt zonder twijfel in Afrika. Rond 1800 vormden
Afrikanen in Buenos Aires de meerderheid van de bevolking. Tegenwoordig hoort
het ritme meer bij Uruguay dan bij Argentinië. In Montevideo heeft de zwarte
bevolkingsgroep zich, in tegenstelling tot die in Buenos Aires, weten te
handhaven en de candombe is bij uitstek hun muziek. De candombe wordt gespeeld
op trommels in drie verschillende groottes (tambores). De trommelaars slaan niet
alleen op het vel van dierenhuid, maar ook op de houten buitenkant van het
instrument. Er is een internationale
website over de candombe
met ook Nederlandse tekst.
De murga wordt hier besproken als
muziekstijl uit Buenos Aires uit de twintigste eeuw. De murga is de muziek van
groepen buurtjongeren, oorspronkelijk bij het carnaval. In de loop van de
twintigste eeuw droegen de murgagroepen steeds meer een chauvinistisch karakter
met symbolen en kleuren, typisch voor de wijk waar de groep vandaan kwam.
Muzikaal kent de murga, net als de tango,
invloeden van ritmes als de candombe en de milonga. Het ritme is aanstekelijker en
feestelijker dan dat van deze voorlopers. De instrumenten waren oorspronkelijk
eigen maak: deksels en olievaten. Later werd de bombo de murga typisch
voor het genre: een trom, vaak met plastic 'vel', met daaraan bevestigd een
bekken. Ook accordeon en
bandoneon worden wel gebruikt in de murga.
In Nederland is de murga te horen bij
gitarist Gustavo Mozzi,
die geregeld overkomt uit Buenos Aires als gastmusicus bij het Nederlandse
Quinteto Tango
Extremo.