| als het menu niet zichtbaar is klik hier |

Estilo
Dit langzame ritme ontstond
halverwege de 19e eeuw en is waarschijnlijk afgeleid van de Peruaanse triste, net als de yaraví.
In zijn oorspronkelijke vorm bestaat de estilo uit twee gelijke strofen met
daartussen een, meestal instrumentaal, intermezzo. De estilo
litoreño (de estilo van de Litoral) wordt gespeeld met
piano en harp, de estilo
pampeano (van de Pampa) met
gitaar. Zie ook de
kaart van Argentinië. We noemen de estilo hier omdat
Ariel Ramírez de estilo pampeano gebruikt in zijn beide missen,
en in allebei voor het Agnus Dei (Cordero de Dios, Lam Gods).
Het syncopische, wat langzame ritme drukt de eenzaamheid en
afstand van de Pampa's uit. De piano, die Ramírez (als pianist?)
wel gebruikt in de estilo pampeano, hoort er eigenlijk
niet in thuis.
Ariel Ramírez gebruikt de estilo pampeano
in zijn oorspronkelijke vorm in de
Misa Criolla en in een vrijere vorm in
de
Misa por la Paz y la Justicia, in beide voor het Agnus Dei.
Op de foto Agnus Dei van de Misa Criolla,
uitgevoerd door Javier Rodríguez met het koor
Projecta Musica uit Leiden.![]()
geluidsfragment estilo pampeano:
Huella
Deze mooie dans wordt in het hele land gedanst. Het is een ritme van de Pampa,
ontstaan rond 1830. Huella betekent 'spoor'
en verwijst naar wat vaak het enige teken van menselijk leven was dat de eenzame
gaucho op de Pampa tegenkwam: de karrensporen in de onmetelijke
grasvlakte, wijzend op een even eenzame voorganger. Het stemt de gaucho
gelukkig: als hij het spoor volgt ontmoet hij aan het eind van de dag misschien
anderen om de avond mee door te brengen, grappen uit te wisselen en te zingen.
Het refrein begint altijd met de woorden 'a la huella, a la huella'. Het ritme
drukt een mengeling van melancholie en blijdschap uit.
Ariel Ramírez gebruikt de
huella pampeana in de Peregrinación van
Navidad Nuestra. Tekstschrijver Félix Luna
situeert het tafereel van Jozef en Maria op zoek naar onderdak ook op de Pampa.
geluidsfragment huella pampeana:
Malambo
De malambo ontstond rond 1600 op de Pampa.
Dit ritme, in 6/8 maat, onderscheidt zich van de meeste andere ritmes doordat er
niet op gezongen wordt. Alleen gitaren begeleidden deze dans, die alleen door
mannen gedanst werd. Het ritme is verwant aan de
chacarera, die een noordelijker oorsprong heeft. Het is altijd instrumentaal.
Ariel Ramírez maakte hierop een
uitzondering door in zijn Misa por la Paz y la Justicia
de malambo te gebruiken voor het Credo. De malambo verspreidde zich al snel over
het hele land en kreeg in iedere streek zijn eigen karakteristieken. In het
noorden was de malambo sneller dan de oorspronkelijke
zuidelijke malambo. De bombo werd als
percussie-instrument toegevoegd en er werden andere gitaartechnieken gebruikt.
In de Litoral (het noordoostelijk rivierengebied)
werden accordeon en
bandoneon gebruikt en in de regio Cuyo en Chaco de
viool. Inmiddels zijn de regionale verschillen vrijwel verdwenen. Alle mogelijke
instrumenten worden nu overal gebruikt.
Triunfo
De triunfo ontstond in de tijd van de bevrijding
van de Spanjaarden, rond 1824, als overwinningsdans, vooral in de Provincie
Buenos Aires. De plaatsing bij de pamparitmes is nogal willekeurig, maar het
ritme hoort zeker niet bij de tango-genres. Hij wordt nu nog gedanst in Cuyo en
naar het noorden tot aan Santiago del Estero en Tucumán. Later gingen de teksten
ook over overwinningen in de liefde.
Ariel Ramírez gebruikt het ritme in
Manuela la Tucumana van Mujeres argentinas
om vrijheidsstrijdster Manuela Pedraza te bezingen.
fragment triunfo:
uit Mujeres argentinas van Ariel Ramírez gezongen door Mercedes SosaMilonga
De milonga is ook een 19e-eeuws ritme
van de Pampa. Deze voorloper van de tango is echter zo verweven met die dans dat
we milonga op de
tangopagina bespreken.