als het menu niet zichtbaar is klik hier
in de tournee van april/mei 2011 in Nederland geen
theaterconcerten
In de concerten met koor zullen wel delen van het
programma te beluisteren zijn
Tango, che chango
Javier Rodríguez vertolkt al heel lang de
muziek van het binnenland van Argentinië. De afgelopen jaren betoverde hij pers
en publiek in zijn Nederlandse concerten met tango’s als Nada,
Postales del Alma en Nostalgias. Deze nummers heeft hij in 2008 op
cd gezet, samen met andere Argentijnse muziek.
Het publiek kan rekenen op een avond genieten van tango’s en milonga’s uit de
hoofdstad Buenos Aires, maar ook van traditionele chacarera's, chaya’s en
tonada's. Een keur aan muziek uit alle windstreken van Argentinië, met invloeden
uit Spanje, Afrika en van de Inca’s.
Rodríguez wordt begeleid door Daniel
Morcos (piano en percussie), Fana Martínez (bas en percussie) en een
gitarist.
Uit de Nederlandse pers in 2006 “Javier Rodríguez is een grote naam met een Messiaans uiterlijk. Zijn vocale prestaties zijn groots.... De a capella gezongen tango ‘Nostalgias’ is een staalkaart van zijn capaciteiten: gepassioneerde zang, een groot bereik, teder en dan weer heftig, met een goed gedoseerde snik in de stem”.
Zie ook recensie Leiden
2003, programma
en foto's van de tournee 2006.
Recensie Leids Dagblad,
11 december 2003
Voor lekkere, harde, direct in 't gehoor liggende
Argentijnse muziek ben je bij Javier
Rodríguez aan het verkeerde adres. Niet dat zijn muziek moeilijk
toegankelijk is, of niet zou swingen. Maar er valt veel méér in te beluisteren
dan dat. In de eerste plaats speelt Rodríguez met het duo La Trama zonder
versterking en dat alleen al is een zegen. Dat heeft hij ook helemaal niet
nodig, want met zijn volum
e vult hij de hele Lokhorstkerk met het grootste
gemak. Zijn stem is niet klassiek geschoold maar heeft een oerinstinct voor
volksmuziek. Als Rodríguez zingt, zich zelf begeleidend op de 'bombo
legüero', een simpele houten trommel, dan is hij in staat om alle emoties
van de wereld op te roepen; melancholie, nostalgie, pure devotie, magie, vreugde
en verdriet. Voor elke sfeer mengt hij een klankkleur met subtiel oplichtende
nuances. Daniel Morcos als pianist en
percussionist, en gitarist Oscar Puebla begeleiden geheel in de stijl van
Javier. Morcos specialiseerde zich in de Argentijnse volksmuziek en heeft hier
zelfs als componist twee suites geschreven in opdracht van het Nederlands
Fluitorkest. Oscar Puebla blijft op de achtergrond, niettemin functioneel
muzikaal aanwezig.
Het programma van dit drietal is zeer divers. Het bestrijkt
vele ritmes, waarvan de tango bepaald
niet zo op de voorgrond treedt als wij Hollanders na Piazzolla verwachten. De
chacarera, gato, zamba, milonga nemen veel meer een prominente plaats in. Elke
dans heeft zo zijn eigen sfeer en cadans, waarin de woorden van Rodríguez
organisch mee worden
gevoerd.
De sfeer van de avond wordt gezet in 'la Zamba niña', een sensueel lied over liefde en nostalgie; en in het zoete, prachtig gezongen kerstliedje 'El Nacimiento'. In 'Luz de una chacarera' wordt het ritme in allerlei variaties zo sjeuïg opgediend dat enkele liefhebbers het niet kunnen laten mee te klappen. Morcos laat horen dat hij ondanks de lang niet perfecte piano zich geweldig kan uitleven in 'Joropera' een instrumentale variatie op een joropo en chacarera, in nauw samenspel met de authentiek spelende gitarist Puebla. Je krijgt het gevoel dat de muziek ter plekke ontstaat.
'El Choclo', een vroege tango
ligt aanvankelijk iets te laag voor Javier heldere tenorstem, maar gaandeweg
wordt zijn stem opzwepender en kleurrijker in een hoger register, aangevuurd
door complex ritmisch slagwerk. In 'Vagabondo de la oscuridad' (zwerver der
duisternis) van Anibal Cuadros doet ook een cajón Peruano mee, letterlijk een
Peruaans kistje waar je bovenop zit en zo tegen de voorkant trommelt. Weer zo'n
lied dat heel weemoedig begint, maar steeds feller en heller in uitslaande
kleuren eindigt. 'Oude Meester van de pijlen'
gaat over Indianenstammen en hun mores. Het vangt met een lange evocatieve
uitroep als boodschap naar gene zijde in een spattend hel koloriet. De
regenpaal, de 'palo lluvia' ritselt en tikkelt als een
voorjaarsbui, versterkt door rammelende geitennagels,
twee instrumenten als sfeermakers bij uitstek. In golvende beweging zwiepen de
pijlen als haarzuivere lijnen door het luchtruim totdat de oude kreet, het
vérdragende bericht als een nachtkaars uitdooft, buitengewoon intens door
Rodríguez gezongen.
In de 'cancion-baguala', over vijf eeuwen onderdrukking in
Zuid-Amerika passeren al die gemoedstoestanden nog eens de revue.
Opstand en
gelatenheid, melancholie en woede, even aangezet met een dosis scherpe rauwheid
in Rodríguez' stem, zorgen voor een zeer ontvankelijk gemoed.